Werkwoorden in tt en vt, 15 vragen
Groep: Groep 7/8
Vakgebied: Werkwoordspelling
Labels: werkwoordspelling tt en vt
Auteur: Noortje Baars
Datum: 26-01-'26
< Terug naar overzicht
Vakgebied: Werkwoordspelling
Labels: werkwoordspelling tt en vt
Auteur: Noortje Baars
Datum: 26-01-'26
< Terug naar overzicht
Vragen:
1. De klas ... met de toets. (starten)antwoord (optioneel): start
2. Hij ... de kaars uit. (blazen) vt
antwoord (optioneel): blies
3. De prinses ... naar ons vanuit de koets. (wuiven) vt
antwoord (optioneel): wuifde
4. Wij ... luid. (praten) vt
antwoord (optioneel): praatten
5. Ik ... naar de wc. (sprinten) tt
antwoord (optioneel): sprint;ik sprint
6. Jonas ... zijn beker vallen. (laten) vt
antwoord (optioneel): liet
7. Ik ... gisteren naar de winkel. (lopen)
antwoord (optioneel): liep
8. Het meisje .... haar knuffel. (zoeken) vt
antwoord (optioneel): zocht
9. Jij ... brood bij de bakker. (halen) vt
antwoord (optioneel): haalde
10. Julie en Isabella .... een taart voor de verjaardag. (maken) vt
antwoord (optioneel): maakten
11. Wij .... tikkertje op het plein. (spelen) vt
antwoord (optioneel): speelden
12. Jij .... tot laat door. (werken) tt
antwoord (optioneel): werkt
13. Jij .... tot laat door. (werken) vt
antwoord (optioneel): werkte
14. Wij ..... bijna klaar. (zijn) tt
antwoord (optioneel): zijn
15. Dit ... de laatste vraag. (zijn) vt
antwoord (optioneel): was