Verleden tijd enkelvoud
Vragen:
1. vlechtenantwoord (optioneel): vlocht
2. voldoen
antwoord (optioneel): voldeed
3. weten
antwoord (optioneel): wist
4. zenden
antwoord (optioneel): zond
5. zweren
antwoord (optioneel): zwoord
6. zwijgen
antwoord (optioneel): zweeg
7. zinken
antwoord (optioneel): zonk
8. zijn
antwoord (optioneel): was
9. werpen
antwoord (optioneel): wierp
10. waaien
antwoord (optioneel): woei; waaide
11. meten
antwoord (optioneel): mat
12. verheffen
antwoord (optioneel): verhief
13. verblijven
antwoord (optioneel): verbleef
14. verbinden
antwoord (optioneel): verbond
15. uitblazen
antwoord (optioneel): blies uit
16. stuiven
antwoord (optioneel): stoof
17. vangen
antwoord (optioneel): ving
18. varen
antwoord (optioneel): voer; voerde
19. verdenken
antwoord (optioneel): verdacht
20. staan
antwoord (optioneel): stond