Taal: de trappen van vergelijking maken met een bijvoeglijk naamwoord.
Vragen:
1. Ik vind jouw tekening ... dan die van mij. (mooi)antwoord (optioneel): mooier;Mooier
2. De politie was het ... ter plaatse. (snel)
antwoord (optioneel): snelst
3. Ik ben ... dan jij. (groot)
antwoord (optioneel): groter;grooter;groter]
4. Ons voetbalveldje is even mooi ... dat van jullie. (als of dan?)
antwoord (optioneel): als
5. Ik vind taal belangrijker ... rekenen. (als of dan?)
antwoord (optioneel): dan