Taal actief thema 5 les 19: onvoltooid/voltooid/tegenwoordig/verleden tijd
Groep: Groep 7/8
Vakgebied: Spelling
Labels: onvoltooide tijd; voltooide tijd; tegenwoordige tijd; verleden tijd; Taal Actief Thema 5 les 19
Datum: 09-04-'26
< Terug naar overzicht
Vakgebied: Spelling
Labels: onvoltooide tijd; voltooide tijd; tegenwoordige tijd; verleden tijd; Taal Actief Thema 5 les 19
Datum: 09-04-'26
< Terug naar overzicht
Vragen:
1. Zoek het gezegde: Veel honden voorspellen onweer.antwoord (optioneel): voorspellen;voosrspellen
2. In welke tijd staat de zin: Veel honden voorspellen onweer.
antwoord (optioneel): onvoltooide tegenwoordige tijd~||~voltooide tegenwoordige tijd~||~onvoltooide verleden tijd~||~voltooide verleden tijd~||~1
3. Zoek het gezegde: Instinctief voelen ze de verandering in luchtdruk.
antwoord (optioneel): voelen
4. In welke tijd staat de zin: Instinctief voelen ze de verandering in luchtdruk.
antwoord (optioneel): onvoltooide tegenwoordige tijd~||~voltooide tegenwoordige tijd~||~onvoltooide verleden tijd~||~voltooide verleden tijd~||~1
5. Zoek het gezegde: Dat hebben ze van hun voorouders geërfd.
antwoord (optioneel): hebben geërfd
6. In welke tijd staat de zin: Dat hebben ze van hun voorouders geërfd.
antwoord (optioneel): onvoltooide tegenwoordige tijd~||~voltooide tegenwoordige tijd~||~onvoltooide verleden tijd~||~voltooide verleden tijd~||~2
7. Zoek het gezegde: Bij zware buien stroomden hun holen soms vol.
antwoord (optioneel): stroomden
8. In welke tijd staat de zin: Bij zware buien stroomden hun holen soms vol.
antwoord (optioneel): onvoltooide tegenwoordige tijd~||~voltooide tegenwoordige tijd~||~onvoltooide verleden tijd~||~voltooide verleden tijd~||~3
9. Zoek het gezegde: Bij dreigend onweer kiezen wolven weloverwogen een veiligere plek.
antwoord (optioneel): kiezen
10. In welke tijd staat de zin: Bij dreigend onweer kiezen wolven weloverwogen een veiligere plek.
antwoord (optioneel): onvoltooide tegenwoordige tijd~||~voltooide tegenwoordige tijd~||~onvoltooide verleden tijd~||~voltooide verleden tijd~||~1
11. Zoek het gezegde: Het heeft vannacht flink geonweerd.
antwoord (optioneel): heeft geonweerd
12. In welke tijd staat de zin: Het heeft vannacht flink geonweerd.
antwoord (optioneel): onvoltooide tegenwoordige tijd~||~voltooide tegenwoordige tijd~||~onvoltooide verleden tijd~||~voltooide verleden tijd~||~2
13. Zoek het gezegde: Onze hond voelde het al van tevoren.
antwoord (optioneel): voelde
14. In welke tijd staat de zin: Onze hond voelde het al van tevoren.
antwoord (optioneel): onvoltooide tegenwoordige tijd~||~voltooide tegenwoordige tijd~||~onvoltooide verleden tijd~||~voltooide verleden tijd~||~3
15. Zoek het gezegde: We hadden de tijd tussen bliksem en onweer geteld.
antwoord (optioneel): hadden geteld
16. In welke tijd staat de zin: We hadden de tijd tussen bliksem en donder geteld.
antwoord (optioneel): onvoltooide tegenwoordige tijd~||~voltooide tegenwoordige tijd~||~onvoltooide verleden tijd~||~voltooide verleden tijd~||~4
17. Zoek het gezegde: De hond heeft alleen maar getrild.
antwoord (optioneel): heeft getrild
18. In welke tijd staat de zin: De hond heeft alleen maar getrild.
antwoord (optioneel): onvoltooide tegenwoordige tijd~||~voltooide tegenwoordige tijd~||~onvoltooide verleden tijd~||~voltooide verleden tijd~||~2
19. Zoek het gezegde: Hij dook onder een kast.
antwoord (optioneel): dook
20. In welke tijd staat de zin: Hij dook onder een kast.
antwoord (optioneel): onvoltooide tegenwoordige tijd~||~voltooide tegenwoordige tijd~||~onvoltooide verleden tijd~||~voltooide verleden tijd~||~3