Staal2 blok 3 week 4 les 3
Vragen:
1. Het zachte sneeuwtapijt bedekte de daken. Noem een bijvoeglijk naamwoord.antwoord (optioneel): zachte
2. De kinderen bouwen een grote sneeuwpop in de tuin.Noem een zelfstandig naamwoord.
antwoord (optioneel): kinderen; sneeuwpop; tuin
3. De ijskoude wind blaast hard door de straten.Noem een werkwoord.
antwoord (optioneel): blaast;blaas
4. Een warme chocolademelk staat te dampen op tafel.Noem een bijvoeglijk naamwoord.
antwoord (optioneel): Warme;warme;wame
5. De schaatsers glijden snel over het bevroren meer.Noem een werkwoord.
antwoord (optioneel): glijden
6. De kleine vogels zoeken voedsel in de sneeuw.Noem een zelfstandig naamwoord.
antwoord (optioneel): vogels;voedsel;sneeuw;vogel;vogelss;vogels voedsel
7. De dikke winterjas houdt me goed warm. Tijd?
antwoord (optioneel): TT;tt
8. De sneeuwvlokken dwarrelden langzaam uit de grijze lucht.Tijd
antwoord (optioneel): VT;vt
9. Zoveel heb ik er goed:
antwoord (optioneel): 3;2;8;6;9;5;alles;4;7
10. Ik heb mijn best gedaan.
antwoord (optioneel): ja;ja!;ja zeker;jaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaa;jaaaaa;NATUURLIJK