Staal groep 7 blok 7 week 4
Groep: Groep 7/8
Vakgebied: Spelling
Labels: Staal groep 7 blok 7 week 4 les 2
Datum: 28-09-'26
< Terug naar overzicht
Vakgebied: Spelling
Labels: Staal groep 7 blok 7 week 4 les 2
Datum: 28-09-'26
< Terug naar overzicht
Vragen:
1. ... je vriendin dat leuk? (vinden)antwoord (optioneel): Vindt;VINDT;vindt
2. ... je de maaltijd? (bereiden)
antwoord (optioneel): Bereid; bereid;bBereid
3. ... je zus zich netjes aan? (kleden)
antwoord (optioneel): Kleedt; kleedt
4. ... je de vraag? (beantwoorden)
antwoord (optioneel): Beantwoord; beantwoord
5. Zet de zin in de voltooide tijd: De mensen geloven.
antwoord (optioneel): De mensen hebben geloofd.;de mensen hebben geloofd.;De mensen hebben geloofd;de mensen hebben geloofd;De mensenn hebben geloofd.
6. Zet de zin in de voltooide tijd: de buren verhuizen.
antwoord (optioneel): De buren zijn verhuisd.
7. Zet de zin in de voltooide tijd: het gebeurt.
antwoord (optioneel): Het is gebeurd.
8. Zet de zin in de voltooide tijd: ik relax.
antwoord (optioneel): Ik heb gerelaxt.
9. Waar houdt je vader van? (persoonsvorm)
antwoord (optioneel): houdt;Houdt
10. Waarom ben je boos? (persoonsvorm)
antwoord (optioneel): ben; Ben
11. Vermijd plankenkoorts op jullie tournee, want daar schiet je niets mee op. (voegwoord)
antwoord (optioneel): want;want`;Want
12. Vermijd plankenkoorts tijdens jullie tournee, want daar schiet je niets mee op. (bezittelijk voornaamwoord)
antwoord (optioneel): jullie;Jullie;jullie/
13. Wij verwachtten niet dat onze papieren brochures op het trottoir zouden worden gegooid. (werkwoordelijk gezegde)
antwoord (optioneel): verwachtten zouden worden gegooid;verwachtten en gegooid en worden en zouden;verwachtten worden gegooid zouden;worden, verwachtten,gegooid,zouden;verwachtten, worden, gegooid, zouden;verwachtten, zouden, worden, gegooid;verwachten zouden gegooid worden;verwachtten zouden word gegooid;verwachtten,zouden,worden en gegooid;verwachtten zouden gegooid worden;worden gegooid verwachten zouden
14. Woord 1
antwoord (optioneel): Reuzeleuk; reuzeleuk
15. Woord 2
antwoord (optioneel): De make-up; de make-up
16. Woord 3
antwoord (optioneel): het script;Het script
17. Woord 4
antwoord (optioneel): het tournee;Het tournee
18. Woord 5
antwoord (optioneel): het trottoir;Het trottoir;het trottoir👌