Staal grammatica blok 6 week 1 les 3 voorzetsels
Vragen:
1. Wat zijn de voorzetsels in de zin: Ik hang op mijn kop in het klimrek ?antwoord (optioneel): op en kop~||~op en in~||~in en het~||~mijn en ik~||~2;op en in
2. Wat is het voorzetsel in de zin: Lot en Noor glijden van de glijbaan?
antwoord (optioneel): van
3. Wat zijn de voorzetsels in de zin: Ga jij de volgende keer ook mee naar de speeltuin van buurthuis Bloemenoord? ?
antwoord (optioneel): volgende en keer~||~de en van~||~naar en van~||~ga en mee~||~3
4. Wat is het voorzetsel in de zin: De kaas ligt in de kast?
antwoord (optioneel): in
5. Wat is het voorzetsel in de zin: Jos staat achter de booom?
antwoord (optioneel): achter
6. Wat is het voorzetsel in de zin: Ik loop naast Fiep?
antwoord (optioneel): naast
7. Wat is het voorzetsel in de zin: de kat slaapt onder de boom?
antwoord (optioneel): onder
8. Wat is het voorzetsel in de zin: het kleine leeuwtje ligt naast de schutting?
antwoord (optioneel): naast