oefenmix grammatica
Vragen:
1. Op televisie zagen we de zangwedstrijd. (we)antwoord (optioneel): persoonsvorm~||~onderwerp~||~hulpwerkwoord~||~voltooid deelwoord~||~2;onderwerp
2. We kopen snoepjes bij de Jamin. (werkwoord)
antwoord (optioneel): we~||~kopen~||~snoepjes~||~~||~2;kopen
3. We vinden een portemonnee op straat. (vinden)
antwoord (optioneel): persoonsvorm~||~onderwerp~||~hulpwerkwoord~||~voltooid deelwoord~||~1;persoonsvorm
4. Ik heb de planten water gegeven. (hulpwerkwoord)
antwoord (optioneel): heb~||~gegeven~||~~||~~||~1;heb
5. Heeft de juf het boek voorgelezen? (onderwerp)
antwoord (optioneel): heeft~||~de juf~||~het boek~||~~||~2;de juf
6. De arts was de afspraak vergeten. (hulpwerkwoord)
antwoord (optioneel): was;WAS
7. Ik heb uren liggen lezen. (persoonsvorm)
antwoord (optioneel): heb
8. In de zomer drinkt mijn tante graag limonade. (onderwerp)
antwoord (optioneel): mijn tante;MIJN TANTE;Mijn tante;mijn tante[
9. De kat is door het luik gesprongen. (voltooid deelwoord)
antwoord (optioneel): gesprongen;gespronge