Blok 8 Week 4 les 3 Staal groep 7
Groep: Groep 7/8
Vakgebied: Spelling
Labels: Het Palet
Auteur: Rik Peffer
Datum: 23-06-'26
< Terug naar overzicht
Vakgebied: Spelling
Labels: Het Palet
Auteur: Rik Peffer
Datum: 23-06-'26
< Terug naar overzicht
Vragen:
1. haar paarden (hebben) in de wei (steigeren)antwoord (optioneel): hebben gesteigerd;de paarden hebben gesteigerd;Haar paarden hebben in de wei gesteigerd
2. Ik (hebben) onze cake met poedersuiker (strooien)
antwoord (optioneel): heb bestrooid;heb gestrooid;Ik heb onze cake met poedersuiker gestrooid
3. Mijn hun spandoek (hebben) zijn (demonstreren).
antwoord (optioneel): hebben gedemonstreerd;hadden gedemonsreerd
4. (hebben) jij mijn muur met bloemtjes (behangen).
antwoord (optioneel): heb behangen;Heb behangen;heb behangd;Heb behangd;Heb behangd?
5. de koeien (zijn) door mij in de stal (melken).
antwoord (optioneel): zijn gemolken
6. Wat is het bezittelijke voornaamwoord: Haar paarden hebben in de wei gesteigerd.
antwoord (optioneel): Haar;haar
7. Wat is het bezittelijke voornaamwoord: Ik heb onze cake met poedersuiker bestrooid.
antwoord (optioneel): onze;Onze
8. Wat is het bezittelijke voornaamwoord: Met hun spandoek hebben zij gedomstreerd
antwoord (optioneel): hun;HUN
9. Wat is het bezittelijke voornaamwoord: Heb jij mijn muur met bloemetjes behangen
antwoord (optioneel): mijn;Mijn
10. Wat is het bezittelijke voornaamwoord: De koeien zijn door mij in de stal gemolken
antwoord (optioneel): Er is er geen;niks
11. Waar zet je het koppelteken bij: Naaimachine
antwoord (optioneel): naai-machine;Naai-Machine;Naai-machine
12. Waar zet je het koppelteken bij: kussenslopen
antwoord (optioneel): kussen-slopen
13. Waar zet je het koppelteken bij: winterkleding
antwoord (optioneel): winter-kleding
14. Waar zet je het koppelteken bij: bloemenrokjes
antwoord (optioneel): bloemen-rokjes;bloemen-rokje
15. Wat is de persoonsvorm: De muziekdocent verlaat na de laatste coupletten het lokaal.
antwoord (optioneel): verlaat;Verlaat
16. Wat is het onderwerp: De muziekdocent verlaat na de laatste coupletten het lokaal.
antwoord (optioneel): De muziekdocent;de muziekdocent
17. Wat is het lijdend voorwerp De muziekdocent verlaat na de laatste coupletten het lokaal.
antwoord (optioneel): het lokaal
18. Wat zijn de werkwoorden in de zin: Hij vraagt aan de opzichter: `Sinds wanneer observeren jullie de wilde dieren?`
antwoord (optioneel): Vraagt observeren;vraagt observeren;vraagt, observeren
19. Wat zijn de voorzetsels in de zin: Hij vraagt aan de opzichter: `Sinds wanneer observeren jullie de wilde dieren?`
antwoord (optioneel): aan
20. Wat zijn de lidwoorden in de zin: Hij vraagt aan de opzichter: `Sinds wanneer observeren jullie de wilde dieren?`
antwoord (optioneel): de de;de, de;de 2x;de2x;de en de
21. Wat zijn de zelfstandige naamwoorden in de zin: Hij vraagt aan de opzichter: `Sinds wanneer observeren jullie de wilde dieren?`
antwoord (optioneel): opzichter dieren;opzichter,dieren;opzichter en dieren
22. Wat is het persoonlijkvoornaamwoord in de zin: Hij vraagt aan de opzichter: `Sinds wanneer observeren jullie de wilde dieren?`
antwoord (optioneel): Hij Jullie;hij jullie
23. Wat is het bijvoegelijkvoornaamwoord in de zin: Hij vraagt aan de opzichter: `Sinds wanneer observeren jullie de wilde dieren?`
antwoord (optioneel): wilde