1e 2e 3e persoon ev. groep 8
Groep: Groep 7/8
Vakgebied: Spelling
Labels: werkwoorden 1e 2e en 3e persoon enkelvoud
Datum: 09-04-'26
< Terug naar overzicht
Vakgebied: Spelling
Labels: werkwoorden 1e 2e en 3e persoon enkelvoud
Datum: 09-04-'26
< Terug naar overzicht
Vragen:
1. ik zal je iets vertellen. (1e 2e of 3e persoon ev?)antwoord (optioneel): 1e; eerste;1
2. Zij loopt in het bos. (1e 2e of 3e persoon ev?)
antwoord (optioneel): 3e; derde
3. Luistert u even ? (1e 2e of 3e persoon ev?)
antwoord (optioneel): 2e; tweede;twee e
4. Het wordt bijna licht. (1e 2e of 3e persoon ev?)
antwoord (optioneel): 3e; derde
5. Zal ik dat even doen? (1e 2e of 3e persoon ev?)
antwoord (optioneel): 1e; eerste
6. Hij was keurig op tijd. (1e 2e of 3e persoon ev?)
antwoord (optioneel): 3e; derde;3
7. Heb je het nu begrepen ? (1e 2e of 3e persoon ev?)
antwoord (optioneel): 2e; tweede;2e hihihihi;2;2 er
8. onderwerp en pv. bij werkwoord `loop` met 1e pers.ev
antwoord (optioneel): 二二 ik loop
9. onderwerp en pv. bij werkwoord `zijn` met 3e pers.ev
antwoord (optioneel): hij is ; zij is ; het is;hij zij het is
10. onderwerp en pv. bij werkwoord `hebben` met 2e pers.ev
antwoord (optioneel): je hebt; jij hebt; u hebt
11. onderwerp en pv. bij werkwoord `zijn` met 1e pers.ev
antwoord (optioneel): ik ben
12. onderwerp en pv. bij werkwoord `zijn` met 2e pers.ev
antwoord (optioneel): jij bent; je bent; u bent;je bent jij bent
13. onderwerp en pv. bij werkwoord `hebben` met 1e pers.ev
antwoord (optioneel): ik heb
14. onderwerp en pv. bij werkwoord `hebben` met 3e pers.ev
antwoord (optioneel): hij heeft; zij heeft; het heeft;hij heeft zij heeft;het heeft;zij hij heeft;hij/zij/het heeft
15. onderwerp en pv. bij werkwoord `worden` met 2e pers.ev
antwoord (optioneel): jij wordt; hij wordt; u wordt;jij/je wordt